Her works

From the 1890s Van der Waals starts writing poems. Under the pseudonym U.E.V. (Una Ex Vocibus) she debuted in 1900 with her first collection of poems ‘Verzen’. In 1909, the collection of poems ‘Nieuwe Verzen’ appeared under her own name. The collection ‘Iris’ came out in 1918. Her only (somewhat autobiographical) novel ‘Noortje Velt’ was published in 1922 and after her death her brother published ‘Laatste Verzen’ (1923). Van der Waals also wrote stories and fairy tales that did not appear in book form at the time.

Some of Van der Waals poems are written on Ewijckshoeve and/or refer to Anna Witsen’s death. In others her longing for death is visible. Some think Van der Waals has done injustice in the course of literary history due to that one malicious poem, for which her entire oeuvre has been punished is another. On this page some selected works.

Poems referring to Ewijckshoeve or Anna’s death

HET OUDE HUIS

Nu zou ik willen slapen in een stille,
Heel donkre kamer diep en droomeloos…
Hoe kan ik slapen in dit felle licht,
Terwijl mijn ziel, ook met de oogen dicht,
Het maanlicht voelt, dat buiten staat en wacht?
Hoe kan ik slapen in zoo klaar een nacht,
Terwijl mijn ziel verlangt naar duisternis?

Wie heeft dit oude huis zoo vreemd gebouwd,
Dat boven alle woonvertrekken zijn,
De slaapvertrekken in het onderhuis?
Laag zijn de vensters en de ramen slaan
Wijd open in den maanbeglansden nacht.
Waarom is niets gedaan tot veiligheid
Van wie dit huis bewonen? Waarom zijn
De vensters niet, als ‘t kelderraam, getralied?

De dwaze bouwer! Zoo hij hier gestaan had
In zulk een nacht als dezen, bij het raam,
Van waar men, ‘s nachts niet slapend, onbemerkt
Het slapend watertje bereiken kan,
Hij had het hoofd verborgen in de handen,
Hij had gebeden, vuriglijk gebeden,
Dat nooit een moede, nooit een slapelooze,
Die wonderbare vreugde aanschouwen mocht.

* * *

AVOND OP HET BALCON

Wij zagen zwijgen naar het dalen
Der langzaam ondergaande zon,
Terwijl de laatste zonnestralen
De zuilen roodden van ‘t balcon;
Wij ademden de zoele geuren
Van lindebloesem en van hooi
En keken naar het stil verkleuren
Van ‘t aardsch en van het hemelsch mooi.

Maar, toen het bloeiend licht verdorde,
En ‘t purper somber werd en koud,
Is ook mijn hart bedroefd geworden
En stervensmoede en stervensoud;
Nog even hield een vaag verlangen
Mijn doodsche droefheid zacht gekleurd
En als een geur, die loom blijft hangen,
Het ledig van mijn ziel doorgeurd.

En zachtkens, naar mij toegedragen
Door d’avondwind, klonk uit de vert’
Het rollen van een boerenwagen
En ‘t was, of daar gezongen werd;
Reeds naderden de paardehoeven
En vredig uit het stil verschiet
Vernam mijn oor het slepend droeve
Gezang van een godsdienstig lied.

De wagen kwam, toen klonk het spelen,
Waarmee de zang werd begeleid
Uit boersche manne- en vrouwekelen
Wat ruw en vol luidruchtigheid,
En eensklaps brak door de avondstonde
Een schelle lach uit vrouwemond …
En mijn ontschoeide voeten vonden
Op aard geen plekje heil’gen grond.

Waarmede moet het zout gezouten,
Dat smakeloos geworden is? –
En hunk’rend naar het veilig kouten
Daar binnen om den avonddisch
Vroeg ik een vraag. Mijn woorden braken
Den druk, die in de stilte lag
En pijnlijk werd, – en wij bespraken
De plannen voor den naasten dag.

* * *

MELANCOLIA

Toen ik door het maanlicht liep
En de paden meed,
Bang, dat ik den tuin, die sliep,
Wakkerschrikken deed

Door het ritselend gerucht
Van mijn kleed en voet –
De oude boomen! die een zucht
Wakkerschrikken doet.

Toen ik naar den vijver ging
Door het korte gras,
Naar den boom die overhing
In den vijverplas,

Waar het water inkt geleek,
En zo roerloos sliep,
Of het oog in ‘t duister keek
Van een peilloos diep,

Waar het windgefluister klonk
Door het popelblad…
Weet gij, wie op d’ elzentronk
Mij te wachten zat?

Vleermuisvleugelige vrouw,
Die mij eeuwig jong,
‘t Eeuwig oude lied van rouw
Vaak te voren zong,

Tot ik in den maneschijn
Zacht heb meegeschreid
Met het eeuwenoud refrein:
“Alles ijdelheid.”

Hebt ge hier op mij gewacht,
Denkend, dat ik sliep?
Hebt gij zóó aan mij gedacht,
Dat uw geest mij riep,

Dat ik staan kwam aan het raam
En onrustig werd
Door het roepen van mijn naam
Uit de lichte vert’?….

Toen ik u hier wachten vond
En met stillen schrik
In den peilloos diepen grond
Staarde van uw blik,

Toen ik zwijgend binnentrad
En in zwarte schauw
Uwer vleuglen nederzat,
Zwartgewiekte vrouw,

Heb ik, met uw hoofd gevleid,
Liefste aan mijn hart,
Zachtkens met u meê geschreid
Om der dingen ijdelheid
Om onze oude smart.

* * *

DE BEUKEN

Ik keek naar het huis, naar het oude huis,
Dat stil in het licht lag te droomen,
Ik hoorde het fluisterend bladergeruisch
Der oude beukeboomen,
Die bevend wakker staan geschrikt
En nieuwen jammer vreezen…
Ik heb de boomen toegeknikt,
Ze met een glimlach toegeknikt,
Opdat ze niet bang zouden wezen.

* * *

There is a longing for death in Jacquelines poetry, also in moments of happiness. Her godly descent – she was a protestant- and the early death of her mother may have been the reason for this longing. It is described in many of her poems, like in the following.

IN HET HOOI

Ik lag in het hooi,
De hemel was mooi,
Mijn bed zacht en goed,
En het geurde zoo zoet.

Ik keek met een zucht
Van genot naar de lucht.
Mijn geluk was als dat
Van een spinnende kat.

En ik dacht: “Zoo meteen
Moet ik op, moet ik heen –
Maar ik weet nog niet, hoe
Ik dat kan, ik dat doe.

Als nu spelenderwijs
Mij de Man met de Zeis
Had gemaaid als het gras,
Dat dit hooi eenmaal was.

Ik behoefde niet op
Meer te staan, niet rechtop
Meer door ‘t leven te gaan…
En dat lachtte mij aan.

* * *

And lastly the accursed poem…

HET GEITENWEITJE

Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje
Bij de groote geit.
Geiteke, wat moet je
Met je fijne snoetje,
Dat zoo klaaglijk schreit?

Met je bleeke bekje?
Geiteke wat rek je,
Trek je aan het touw?
Snuffende aan mijn mouwen…
Met je lief vertrouwen
In zoo’n vreemde vrouw!

In mijn handen stop je
Nu je jonge kopje:
Zeg, wat moet ik doen? …
Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje,
Als een wittigheidje
In het prille groen.

* * *

All poems and proza of Jacqueline can be found here.