COLUMN | TE KOOP

De feestdagen komen eraan, en dat vind ik gezellig. Lichtjes, familie, mandarijntjes, speculaas én de enige tijd van het jaar dat je met goed fatsoen nog vóór het ontbijt een marsepeinen varken naar binnen kan werken.

Maar sinds een jaar of tien begint het hele circus met een domper: Black Friday. Of eigenlijk: Black November, zoals ik vandaag op de site van NOS las. Zowat een maand lang korting op alles wat los en vast zit. Ook op het gezond verstand.

Terwijl we zouden moeten nadenken over minder kopen, worden we nu wekenlang opgewarmd met mails vol “deals die je niet kunt laten lopen”. Van fitness trackers tot zee-egelnachtlampjes, van action-camera’s tot foodblenders. Alles is ineens spotgoedkoop en dus trekken we gulzig onze portemonnee met het enthousiasme van Homer Simpson die een donut ziet.

Even lijkt het een goed idee, dat nieuwe luchtkussentje voor onder je voeten of die mini-pannenkoekenmaker. Tot je een tijd later de doos terugvindt achter de stofzuiger en je je afvraagt wie in je vriendenclub binnenkort jarig is.

Black Friday is niet de feestelijke start van de decembermaand. Het is het collectieve bewijs dat we, ondanks alles, nog altijd denken dat geluk te koop is. Met 70 procent korting.