COLUMN | KLEINE K

Als ik ’s ochtends mijn bed uitkom, is het eerste dat ik doe: mijn schoenen aantrekken. Niet tandenpoetsen, niet douchen, niet de krant lezen, maar schoenen aan. Raar? Misschien. Maar sinds ruim een maand heb ik de wandelwoede. Het is me al eerder in mijn leven overkomen. Toen maakte ik het nóg gekker.

Tijdens de lockdown presteerde ik het om mijn wekker op 5 uur te zetten om voor dag en dauw er op uit te trekken. Zo erg is het dit keer niet gesteld. Ik wacht rustig tot ik wakker word, maar dan gaan ze aan en loop ik heen en weer langs de Amstel naar de Berlagebrug. Vanaf mij is dat 6,5 kilometer. Terug thuis voel ik me fit, vol inspiratie en klaar voor de dag.

Vanochtend vroeg ik me tijdens het wandelen af waar ‘kunst met een grote K’ eigenlijk vandaan komt. Het blijkt te stammen uit de 18e en 19e eeuw, toen binnen de esthetica een onderscheid werd gemaakt tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst. Denkers als Immanuel Kant en later Georg Wilhelm Friedrich Hegel schreven over kunst als iets verhevens, autonoom, los van dagelijks nut en bedoeld voor contemplatie.

In het Duits schrijf je kunst met hoofdletter, zoals alle zelfstandige naamwoorden en in het Engels heb je ‘Art with a capital A’, dat verwijst naar kunst die zichzelf presenteert als verheven, serieus en institutioneel belangrijk. Vaak zit er een licht ironische of kritische ondertoon in, zoiets als: kijk, dit is weer zo’n geval dat belangrijk wil zijn. Er is geen moment of bron waarin iemand officieel heeft gezegd: ‘vanaf nu noemen we dit Kunst met een grote K’, geen vastgelegde term uit de filosofie of kunstgeschiedenis.

Zelf ben ik de laatste tijd ook druk in de weer met het maken van juist hele kleine werkjes. Kunst met een kleine k? Ik ga er eens over nadenken.
Tijdens een Klein blokje om.