“I have done nothing all summer but wait for myself to be me again.” Dat schreef de iconische schilderes Georgia O’Keeffe (1887-1986) een kleine eeuw geleden in een brief aan een collega. En ik, ik geef het niet graag toe, ik bevind me deze zomer in dezelfde zone.
Het klinkt zo gemakkelijk, zo passief, zo nietsnutterig, maar is dat het ook? Waarom ken ik dit niet uit de tijd dat ik gewoon in loondienst werkte? Tijd om vriend Chat te vragen hoe het zit.
‘Kunstenaars, schrijvers en muzikanten raken sneller in zo’n staat van “wachten op jezelf” omdat hun identiteit en werk direct afhankelijk zijn van innerlijke creativiteit. Als dat wegvalt voelt het alsof ze zelf verdwijnen. Bij anderen draait het leven vaker door op structuur en routine, waardoor die leegte minder voelbaar is. Bij kunstenaars is het onderdeel van het creatieve proces, maar daardoor ook existentieel.’
Existentieel ja, zo voelt het. En dit klinkt plausibel. Gelukkig geeft Chat ook advies. ‘Het gevaar zit niet in de leegte zelf, maar in de paniek eromheen. Wie denkt dat het nooit meer overgaat, gaat forceren of opgeven. Terwijl de stilte vaak gewoon de grond is waaruit iets nieuws moet groeien.‘
Ik ken deze zone ook uit eerdere fases van mijn kunstenaarschap, zeker als ik tussen twee projecten in zit. Dan moet ik altijd weer opladen. Maar af en toe voel ik dat vonkje alweer. Dus ik neem dit advies maar ter harte.
De zomer is nog niet voorbij. Ik neem me voor er nog extra van te genieten. Tijd voor een ijsje!
